Kansen door nieuwe Omgevingswet: “Maak van de Dorpscontactpersoon ook een Omgevingscoach”

In Gelderland komen er steeds meer dorpscontactpersonen(dcp’s). Momenteel zijn er in 11 plaatsen dcp’s en er komen er meer bij.  De dorpscontactpersoon heeft als taak de initiatieven die in het dorp aanwezig zijn te coördineren en als trekker op te treden. Vaak liggen die taken op het sociale en –zorgvlak. Een belangrijke doelstelling daarbij is om de sociale samenhang in een (dorps)kern te bevorderen. En met succes, zo blijkt uit ervaringen.
Initiatieven voor de inrichting van de leefomgeving worden nog niet begeleid. Maar zijn daar juist geen mogelijkheden voor? Want de verschuiving van taken naar de samenleving gaat de komende jaren verder dan alleen het sociale domein.

Gemeenten in ontwikkeling
Veel gemeenten zijn zich opnieuw aan het uitvinden, waarbij vragen centraal staan als: “welke rol wil ik als gemeente hebben in de samenleving?” en “hoe richt ik daar mijn organisatie het beste op in?”. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de decentralisatie van taken in het sociale domein (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet ). De meeste gemeenten kijken naar de samenleving om taken van hen over te nemen.

Die grote beweging speelt zich vooralsnog niet af op het terrein van de fysieke leefomgeving (de inrichting van de leefomgeving). Toch werkt de Rijksoverheid op de achtergrond aan een ingrijpende wetswijziging in dit domein: de Omgevingswet. En ook deze wet legt meer regie bij de initiatiefnemer. Dit zal kansen bieden. Gemeenten zullen zich daarop moeten voorbereiden.

Wat gemeenten die een Dorpscontactpersoon hebben kunnen doen, is het takenpakket van de Dorpscontactpersoon naar het domein van de Fysieke Leefomgeving uit te breiden en zo in te spelen op de ambities van de Omgevingswet. Een eerste aanzet van hoe dit zou kunnen lees je in dit artikel. 

De Omgevingswet
De rijksoverheid werkt sinds 2011 aan een wetgevingstraject dat grote gevolgen zal hebben voor de wetgeving en de werkwijze binnen de inrichting van de leefomgeving (bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, water, natuur en infrastructuur). De Omgevingswet gaat een groot aantal bestaande wetten en uitvoeringsregelgeving vervangen.

Minder regels, grotere keuzevrijheid voor burgers en ondernemers, een loket voor omgevingsvergunningen, kortere procedures en een besparing van honderden miljoenen euro’s. Dat moeten de opbrengsten van de Omgevingswet zijn.
Degene die wonen en werken in een gebied hebben het meeste baat bij kwalitatief goede besluiten en zijn dus vaak bereid om energie in de voorbereiding ervan te stoppen

Daarmee sluit de nieuwe wet aan bij maatschappelijke ontwikkelingen en de andere rol van de overheid daarin. Een aantal gemeenten bereidt zich daar op voor. Overigens volgens King[1] te weinig. Veel meer aandacht gaat uit naar andere ontwikkelingen zoals bezuinigingen, samenwerkingstrajecten en de decentralisaties in het sociale domein. Over de Omgevingswet is nog weinig kennis aanwezig.

Impactanalyse Oldebroek
Dat is anders in de gemeente Oldebroek. In deze gemeente is inmiddels voldoende kennis aanwezig. Eind vorig jaar is Oldebroek gaan nadenken over de gevolgen van de Omgevingswet voor haar organisatie en beleid. Samen met NCOD (Nederlands centrum OverheidsDiensten) heeft zij een project doorlopen om de gevolgen van de wet voor de gemeente te analyseren en te komen tot een plan van aanpak.

Gekozen is om de impact van de wet te onderzoeken door de huidige stand van zaken in de gemeente per kerninstrument uit de Omgevingswet te spiegelen aan de gewenste situatie onder de Omgevingswet. Ook is gekeken  naar de consequenties op de thema’s “participatie en dienstverlening” en “toezicht en handhaving”.

Wet sluit aan bij hedendaagse projecten
Zoals aangegeven past de Omgevingswet in een trend waarin meer initiatief bij de samenleving ligt, deregulering plaatsvindt, procedures vereenvoudigd worden en digitalisering plaatsvindt. In de gemeente Oldebroek is die trend al een paar jaar geleden ingezet. De gemeente geeft daar uiting aan onder de noemer “Oldebroek voor Mekaar”. De gemeente wil burgers en bedrijven meer ruimte geven om zelf verantwoordelijkheid te dragen en initiatieven te ontplooien. “Samen verantwoordelijk voor de speelterreinen”, is zo’n initiatief. De rol van de gemeente is daarbij ondersteunend en faciliterend (o.a. door meerjarige financiële steun).  

Verschuivende rol vraagt om andere kwaliteiten
Een van de conclusies uit het onderzoek was dat de nieuwe wet andere kwaliteiten van gemeentelijk medewerkers vraagt. De wet staat namelijk een meer projectmatige manier van werken voor en een open communicatie en participatie. Ook zullen processen als bijvoorbeeld de cyclus van het herzien van bestemmingsplannen en verordeningen anders moeten worden georganiseerd (zowel het bestemmingsplan als diverse gemeentelijke verordeningen gaan op in het omgevingsplan), waarbij de burger meer verantwoordelijkheid krijgt. Een goed voorbeeld hiervan is ook het bestemmingsplan voor het buitengebied van een gemeente in de Achterhoek. Een project waarin burgers vanaf het begin nadrukkelijk betrokken worden.

Winst voor gemeente en inwoners
Doordat de gemeentelijke organisatie in het kader van het onderzoek is bevraagd en uitgedaagd, zijn medewerkers na gaan denken over de nieuwe rol van de gemeente en hun rol na de invoering van de Omgevingswet. Daardoor is er nu meer kennis over het denken vanuit buiten naar binnen. Er blijken steeds meer mogelijkheden te zijn om inwoners en bedrijven meer invloed te kunnen laten oefenen op hun leefomgeving. Initiatiefnemers worden serieus genomen binnen het proces, zoals binnen het project “samen groen doen”. Binnen dit project werken burgers in overleg met de gemeente aan zelfbeheer van het openbaar groen.

De tweede winst is dat er helderheid is gecreëerd waardoor nu activiteiten op de agenda kunnen komen. Een paar voorbeelden: voor een aantal bestemmingsplannen staat de komende tijd actualisatie in de planning, gelet op de wettelijke termijn van 10 jaar. Daarbij zal zo veel mogelijk worden geanticipeerd op de nieuwe wet, met bijvoorbeeld de vraag welke ruimtelijke beleidsregels die nu in verordeningen of beleidsnota’s zijn ondergebracht in het omgevingsplan kan komen. Door deze instrumenten te integreren ontstaat voor inwoners een veel beter overzicht van waar men rekening mee moet houden op hun specifieke locatie.

Behoefte aan samenwerking en afstemming
Doordat maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de participatiesamenleving, ook binnendringen in het domein fysieke leefomgeving, liggen er meer kansen voor de gemeente om de samenwerking tussen de zogeheten ‘zachte’ sector (cultuur, sociale zaken, onderwijs, welzijn, sport) en de ‘harde’ setor (ruimtelijke ordening: de inrichting van de leefomgeving ) echt gestalte te geven.

Te vaak zijn plannen in de zachte sector met een ruimtelijke component ontwikkeld, die later, wanneer er al veel tijd en energie is ingestoken, stuiten op onmogelijkheden binnen de Ruimtelijke Ordening. En dan zijn de plannen vaak ook nog in één gebouw en door één organisatie ontwikkeld en was afstemming tussen de verschillende sectoren in principe goed mogelijk.

Als de trend zich doorzet en meer burgers, bedrijven en instellingen nemen het initiatief om zelf hun fysieke leefomgeving in te richten, wordt goede afstemming nog belangrijker. De afstemming tussen de verschillende beleidsvelden intern en extern krijgt dan een duidelijke plek binnen planvorming. Om die plek te kunnen invullen, zal er bewust ingegrepen moeten worden. De gemeente kan daarin een rol van betekenis spelen en zal ook de kracht in dorpen zelf moeten benutten.

Dorpscontactpersoon als omgevingscoach
Binnen het onderzoek van Oldebroek is daarbij gedacht aan het aanstellen van een omgevingscoach. Deze persoon kan doordat hij weet wat er speelt, zorgen voor een goede afstemming tussen externe en interne processen.

Maar het hoeft geen aparte persoon te zijn. Gezien het profiel van de bestaande Dorpscontactpersonen, kunnen zij de rol van omgevingscoach ook goed op zich nemen. Zij zijn immers nauw betrokken zijn bij het dorpse leven, ze zijn zichtbaar en bekend en zorgen al voor verbinding met organisaties, verenigingen, ondernemers en inwoners in een kleine kern.

Hoe ziet de rol eruit?
Belangrijk is dat de Dorpscontactpersoon in de rol als omgevingscoach, zoals dat in de bestaande taakomschrijving staat, geen ‘plakker’ wordt. De Dorpscontactpersoon zet activiteiten op die door de betrokkenen (onder begeleiding) zelfstandig kunnen worden voortgezet, hij is daarmee ook een verbinder.  
Een ander belangrijk punt van aandacht is dat de Dorpscontactpersoon in deze rol objectief en onafhankelijk blijft en geen standpunt inneemt. Binnen de fysieke leefomgeving gaat het vaak om belangentegenstellingen. Het moet niet de primaire taak van hem zijn om die weg te nemen. Hij/zij kan als spreekbuis namens bewoners er wel voor zorgen (eventueel met behulp van mediationtechnieken) dat verschillende partijen nader tot elkaar komen en zelf gaan zoeken naar oplossingen en compromissen. De omgevingscoach is dus zeker geen gemeenteambtenaar.

Vervolg
De rol van de Dorpscontactpersoon als omgevingscoach zal dus goed omschreven moeten worden en de dorpscontactpersoon zal de basisbeginselen van een ‘goede ruimtelijke ordening’ moeten kennen. 

Geef uw mening, discussieer mee
De VKK Gelderland wil verder kijken naar het profiel van een dorpscontactpersoon als omgevingscoach. Vragen die daarbij van belang zijn:

  • Kan de omgevingscoach binnen het takenpaket van de dorpcontactpersoon functioneren en krijgt hij ondersteuning?
  • Moeten er één omgevingscoach aangesteld worden per groep dorpen? Of heeft elk dorp zijn individuele coach?
  • Tot hoe ver rijkt het takenpakket van de omgevingscoach?
  • Voor welke projecten wordt de omgevingscoach ingezet?

Wij zijn erg benieuwd naar uw mening over bovenstaande vragen! Neem deel in de discussie die is gestart op de Linkedin-pagina van VKK 

U kunt ook contact opnemen met Niels Olthof, consulent bij VKK Gelderland via 0314-631168 of nielsolthof@vkkfdg.nl

 

Dave Schut,  senior adviseur / vakgroepleider Ruimtelijke Ontwikkeling NCOD 

Jos Dolstra, senior adviseur / vakgroepleider Juridische Zaken en Omgevingsrecht NCOD


[1] [1] King is het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten. Het King-onderzoek “Omgevingswet Onderzoek naar de impact voor gemeenten, versie 1.0 is net als andere rapporten in het kader van de verkenning naar de implementatie Omgevingswet te vinden via: https://omgevingswet.pleio.nl/pages/view/361708/onderzoeksrapporten