Ruimte voor plattelandsontwikkeling - Patrick Kemperman (2006)

 

Het platteland staat op dit moment volop in de belangstelling vanwege de verandering die het ondergaat. De plattelandssamenleving is al lang niet meer overwegend agrarisch. Hoewel de landbouw nog altijd sterk het grondgebruik en de identiteit van het landschap bepaalt, is deze in veel regio’s niet meer de belangrijkste economische drager. Het platteland is aan het veranderen van voedselproducent naar consumptieruimte, voor álle Nederlanders.

Door middel van gebiedsgericht beleid, maatwerk en ontwikkelingsplanologie wordt er de laatste jaren door burgers, private partijen, maatschappelijke organisaties en overheden hard gewerkt om de veranderingen op het platteland in goede banen te leiden, en zo te komen tot een vitaal platteland. Het Kabinet ondersteunt met de Nota Ruimte gebiedsgerichte, integrale ontwikkeling waarin alle betrokkenen participeren en waarin het accent verschuift van ‘toelatingsplanologie’ naar ‘ontwikkelingsplanologie’. Toelatingsplanologie is het in plannen aangeven ‘wat mag en wat niet mag’. Met ontwikkelingsplanologie begeleidt de overheid, samen met maatschappelijke partijen, actief de ruimtelijke ontwikkeling. Er wordt nadrukkelijk gekozen voor een ontwikkelingsgerichte benadering. De Nota Ruimte stelt ‘ruimte voor ontwikkeling’ centraal en gaat uit van het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, waarbij provincies en gemeenten een sterkere rol krijgen toebedeeld. Tijdens deze omvorming van het platteland komen ook problemen naar voren. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het onderzoek 'Lusten en Lasten' dat de provincie Zeeland i.s.m. Grontmij heeft uitgevoerd. Hierin wordt econcludeerd dat er sprake is van een veelheid aan 'problemen' in het landelijk gebied. Deze problemen hangen sterk samen met de aard van de bedrijfsmatige activiteiten (agrarisch) in dit gebied in relatie tot de andere functies (wonen). Het gaat dan bijvoorbeeld om geluid, verkeer, geur, stof, bespuitingen, licht, etc. Eventuele overlast betreft overwegend reguliere werkzaamheden, die noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering. Klachten zijn vaak terug te voeren naar onbegrip, echter op grond van de huidige wet- en regelgeving zijn er veel mogelijkheden bedrijven 'tegen te werken'.

 

Volgens het SER advies ‘Kansen voor het platteland’ is het van belang nadruk te leggen op het geven van ruimte aan en het stimuleren van ondernemerschap dat inspeelt op plaatselijke mogelijkheden en behoeften. Bij de ontwikkeling van het platteland en het bevorderen van nieuwe economische dragers wordt gebruik gemaakt van een interactief proces, waarbij burgers worden gestimuleerd om mee te denken en om zelf met nieuwe plannen en ideeën te komen. Maar het blijven stimuleren van burgers wordt bemoeilijkt wanneer het proces dat men moet ondergaan langdurig en complex is. De huidige regelgeving en vooral ook de interpretatie daarvan blijkt steeds weer een struikelblok te vormen om daadwerkelijk tot uitvoering van projecten in het kader van de plattelandsvernieuwing te komen.