De eigen identiteit

De laatste tijd wordt er vaak gediscussieerd over de eigen identiteit van Brabant en tegelijk ontstaat er dan ook discussie over het Brabantse volkslied. Wij vinden dat de kleine kernen hun identiteit moeten kunnen behouden, maar wat is dan die eigen identiteit?

Naar mijn mening is dat per kern verschillend en wordt de identiteit beinvloed door de ontwikkelingen om ons heen en in de wereld. De dingen die nu belangrijk zijn om een dorp leefbaar te houden zijn over een aantal jaren wellicht heel anders. De invloeden van TV, computers en communicatie via internet zullen onze omgeving veranderen. Het is van belang de gebruiken, normen en waarden, die wij van onze ouders hebben meegekregen, te vertalen naar de tijd waarin wij leven.
GildenbroedersHet PON organiseerde onlangs een symposium over volkscultuur in Brabant. Daarbij werd in een aantal voorbeelden aangegeven hoe de volkscultuur in Brabant zich heeft voortgezet door overlevering van generatie op generatie. Een voorbeeld hiervan zijn de gilden, waarvan sommige al honderden jaren bestaan en door de jaren heen zich hebben aangepast aan de behoeften van de tijd. Het geeft een gevoel van saamhorigheid als je, zoals onlangs in Heeswijk, op een groot gilde-evenement al die gildebroeders in een lange rij het veld op ziet marcheren. Maar ook die gilden zijn met de tijd meegegroeid en doen nu heel andere dingen als vroeger.

Ontwikkelingen van de huidige tijd
een van de belangrijkste onderwerpen die voor de leefbaarheid op het platteland van belang is, is de economische bedrijvigheid. Ook daarbij moeten we de bedrijvigheid aanpassen aan de behoefte van de huidige tijd. Tot voor 25 jaar was de landbouw de belangrijkste economische activiteit in Brabant. Dat is de afgelopen jaren steeds minder geworden en andere bedrijvigheid is daarvoor in de plaats gekomen. Boeren zijn plattelandsondernemers geworden die allerlei activiteiten ontplooien, vaak op hun eigen plek, de voormalige boerderij.
Steeds vaker horen we dat er problemen ontstaan met de regelgeving, die verschillende soorten activiteiten naast elkaar belemmert. We moeten wat flexibeler omgaan met nieuwe economische dragers, want alleen dan kunnen we de economische activiteiten behouden. Als een startende ondernemer een nieuwe activiteit ontplooit en hij/zij veroorzaakt daarbij geen overlast voor de omgeving, dan moeten we ons eens afvragen of we dergelijke zaken dan op grond van allerlei regeltjes moeten tegenhouden. Iedereen kent in zijn omgeving wel voorbeelden waarvan je zegt dat zou toch moeten kunnen. En vaak is het zo dat anderen alleen maar noodgedwongen bezwaar maken om de eigen rechten te beschermen.
Met gezond boerenverstand moeten er oplossingen te bedenken zijn waarvoor we geen batterij juristen nodig hebben, maar gewoon net als vroeger naast elkaar kunnen wonen, leven en werken. Vroeger was de herbergier vaak ook boer, met de huidige regels is dat vrijwel onmogelijk geworden.
Voor de verkiezingsprogramma's van de partijen van Provinciale Staten is dat een onderwerp, waar wij zeker op terug komen tijdens de komende verkiezingscampagnes.

Wim van Lith,
voorzitter vereniging kleine kernen noord-brabant


Bron: Kernkracht nr 3 - 2006

Locatie