Laagopgeleiden blijken behulpzamer dan hoogopgeleiden, en vrouwen iets meer dan mannen

Laagopgeleiden helpen vaker hun buren, vrienden, kennissen of familieleden dan hoogopgeleiden. Zo’n 41 procent van de lager opgeleiden zegt wekelijks iets te doen voor een ander, tegen 28 procent van de hoger opgeleiden. Het percentage dat zegt nooit iemand te helpen, verschilt nauwelijks onder hoog- en laagopgeleiden, ongeveer 10 procent.